Zazen

Zazen of zittende meditatie (Japans: letterlijk "zittende aandacht") is een meditatievorm binnen het Zen-boeddhisme om het lichaam en de geest te kalmeren en inzicht te krijgen in de natuur. Oorspronkelijk werd de term alleen gebruikt voor zitten, maar tergenwoordig wordt het ook voor andere vormen toegepast zoals loopmeditatie.

Kenmerkend voor zen is het zazen ofwel za-zen, wat 'zitten in meditatie' betekent. Za betekent gewoon zitten en verder niets, dus zazen is het zitten in een 'toestand' van zen. Meestal doet men dat op een kussentje of een bankje in de lotushouding. Dat is met de onderbenen gekruist. Vaak wordt dat gemeenschappelijk gedaan in een ruimte, dojo genaamd. Men noemt dat zitten ook wel meditatie. Dan duidt men op een bepaalde bewustzijnstoestand die dan kan optreden.

De meditatie is meestal strikt aan regels gebonden, men zit langs de rand van de dojo met het gezicht naar buiten gekeerd om elkaar niet af te leiden. De rug is gestrekt het hoofd iets naar voren gedraaid zodat de kin wordt ingetrokken. De handen liggen met de vingers op elkaar in de schoot waarbij de duimen elkaar raken met de top. Daaraan kan men vaststellen hoe de geestelijke toestand is, bij het neigen naar een slaaptoestand zakken de duimen naar beneden en los van elkaar en wanneer iemand sterk zit te denken en te tobben, dan gaan de duimen stijf tegen elkaar aan en komen wat omhoog.

Het is de bedoeling een toestand te krijgen tussen slapen en waken in. Wanneer men merkt dan men bijna in slaap valt dat knikt men even met het hoofd en legt het hoofd schuin opzij, en een helper geeft dan een forse klap met een knuppel op de spieren van de nek naar de schouder, aan beide zijde. Het effect is een wakkere toestand, men knikt dankbaar en gaat weer door met niets doen.

In de dojo is vaak een soort altaartje neer gezet in het midden met daarop een boeddha-beeldje, wat wierook of een enkel ornament. Men moet altijd in een bepaalde richting er omheen lopen. De decoratie van de ruimte wordt simpel gehouden om de 'geest van zen' of de 'geest van eenvoud' weer te geven.

Meestal begint men zo'n zazen met het reciteren van sutra's, monotoon uitgesproken Japanse woorden of de leider spreekt een mantra uit waarbij hij zijn hoofd doet resoneren. Het zazen wordt beëindigd met enkele gongslagen. Het is een strikt ritueel wat wel past in de Japanse cultuur en ook anderen aantrekt die behoefte hebben aan regels.

De hele techniek is eigenlijk gericht op het uitschakelen van de zintuigen en het denken. Dat laatste is echter erg moeilijk voor de meeste mensen die het denken nog niet zo kunnen beheersen als hun lichaam. Men kan door het loslaten van gedachten of het concentreren op de ademhaling of op een mantra een soort denkbeheersing aankweken die kan leiden tot het eenpuntig denken aan het Atman of een "niets". Het vreemde is wel dat men in een groep gemakkelijker in die tijdloze niets toestand komt dan wannner men in zijn eentje zazent.