Leerlingen van de Dhamma, wij hebben de leefregels genomen en daarmee de basis gelegd. Wij nemen onze toevlucht tot de Boeddha, de Dhamma en de Sangha. Wij proberen de geest te kennen...
Denk het woord BUD- wanneer de lucht door je neus naar binnen stroomt – denk het woord -DHO wanneer zij weer naar buiten stroomt...
Als mediterenden blijven wij binnen, wij gaan niet naar buiten via de zintuigpoorten...
Richt je aandacht nu alleen op de adem. Inademen BUD-, uitademen -DHO...
Er is geen heilzamere activiteit dan meditatie...
Vooruitgang toont zich wanneer je merkt dat je rustiger en vrediger wordt...
Wanneer je zit, wees niet slaperig...
Wanneer je de adem observeert, ontstaat vreugde en rust...
Is de geest onrustig en ontbreekt vertrouwen, denk dan veel aan de Boeddha...
Je hebt een steunpunt nodig – laat het lichaam je steunpunt zijn...
Concentreer je op de haren op je hoofd...
Er is geen betere manier om de Boeddha respect te betonen dan zijn pad te volgen...
Alles in deze wereld is begoocheling...
Wij zijn hier samengekomen om te mediteren...
Denk altijd aan de Boeddha – zittend, staand, lopend of liggend...
Onderzoek je lichaam grondig...
Er zijn verschillende soorten verlangen...
Wanneer vermoeidheid of pijn opkomt, verander dan van houding...
Dhamma is in je lichaam en geest – als elektrische energie die licht doet ontstaan...
Meditatie is als een levensverzekering...
Ontwikkel moraal, concentratie en wijsheid gelijkmatig...
Zie het lichaam zoals het werkelijk is...
Voedsel is medicijn tegen honger – niets meer.
Jullie hebben oren om de Dhamma te horen...
Wanneer wijsheid nog niet sterk is, werk eraan...