WAT TUNGSAMMAKEEDHAMM MEDITATIECENTRUM

 

 

 

INSTRUCTIES VAN ACHARN SANGWAHN

 


De geest kennen

 

Leerlingen van de Dhamma, wij hebben de leefregels genomen en daarmee de basis gelegd. Wij nemen onze toevlucht tot de Boeddha, de Dhamma en de Sangha. Wij proberen de geest te kennen. Daarvoor hoeven wij ons lichaam niet te verlaten. Wij stellen ons eenvoudig voor dat de Boeddha in ons hart is. Wij stellen ons voor dat wij in de tijd van de Boeddha leven en dat hij ons de Dhamma onderwijst. Wij blijven in onze geest en gaan niet naar buiten.

Denk het woord BUD- wanneer de lucht door je neus naar binnen stroomt – denk het woord -DHO wanneer zij weer naar buiten stroomt. Wij stellen ons lichaam voor alsof het een Boeddhabeeld is. Wij zijn een Boeddhabeeld en zitten in meditatie. Wij sluiten de ogen en zien dit beeld. Je hoeft nergens anders naar te kijken, je ziet alleen je lichaam dat in meditatie zit. Bekijk de delen van het lichaam en weet wat je ziet, blijf bij het lichaam.

Als mediterenden blijven wij binnen, wij gaan niet naar buiten via de zintuigpoorten. Wij blijven bij lichaam en geest. Wij zijn nu alleen nog geest. Als je nu je ogen zou openen, zou je alleen dingen zien die buiten jezelf zijn. Dat doen wij niet, maar wij blijven in ons eigen lichaam en geest. Weet dat je in meditatie zit. Wees je duidelijk bewust van je zithouding. De rechterhand ligt in de linker, het rechterbeen over het linker. Je zit in dezelfde houding als een Boeddhabeeld. De geest blijft rustig en je ziet wat de ware aard van lichaam en geest is.

Richt je aandacht nu alleen op de adem. Inademen BUD-, uitademen -DHO. Dat is alles wat er nu is – niets anders. Alleen de ademhaling, geen gevoelens, geen oordelen, geen emoties. Je bent rustig en vredig. Richt je aandacht op het derde oog tussen de wenkbrauwen. Wanneer je het fixeert – denk: zien. Zie je niets, denk dan: weten.

Er is geen heilzamere activiteit dan meditatie. Hoeveel goeds je ook doet, niets is heilzamer dan meditatie zelf. Leerlingen van de Dhamma, jullie zullen zelf weten wat werkelijk is – de ware aard van de dingen. Wanneer jullie concentratie ontwikkelen en mediteren, volgen jullie het pad van de Boeddha. Het naleven van de leefregels schept goed karma, maar dit karma is niet te vergelijken met het goede karma dat ontstaat door meditatie. Er is geen andere weg om Nibbana te bereiken.

Vooruitgang toont zich wanneer je merkt dat je rustiger en vrediger wordt. Het lichaam wordt licht, de geest ontspannen en helder. Het is niet nodig naar buiten te gaan. Blijf in lichaam en geest en weet. Houd de visie vast van je lichaam als Boeddhabeeld. Weet dat de geest concentratie heeft bereikt. Wijsheid toont de ware aard van de dingen: zij ontstaan, verouderen en sterven. Weet je lichaam en weet je geest. Weet dat je zo de leer van de Boeddha volgt – je bent op het pad.

Wanneer je zit, wees niet slaperig; de geest is fris en bewust. Houd je hoofd rechtop. Blijf bij BUDDHO bij elke in- en uitademing zodat je wakker blijft.

Wanneer je de adem observeert, ontstaat vreugde en rust – weet dat. Deze gelukstoestand geeft zelfvertrouwen. Ontevredenheid, boosheid of traagheid krijgen geen kans. Zo bereid je de geest voor om de ware aard van de dingen te zien. Wat er ook verschijnt – oordeel niet en vergelijk niet. Laat de geest eenvoudig waarnemen wat verschijnt. Raak nergens bij betrokken. Wat je ziet of weet – noteer alleen: weten.

Is de geest onrustig en ontbreekt vertrouwen, denk dan veel aan de Boeddha. Vertrouwen zal vanzelf ontstaan. Vreugde en interesse in de praktijk zullen verschijnen. Zo ontstaan de vijf jhanafactoren: Vitakka, Vicara, Piti, Sukha en Ekaggata. Vitakka richt de geest op het object, Vicara onderzoekt het, Piti is verrukking, Sukha is gelukzaligheid en Ekaggata is eenpuntigheid.

Je hebt een steunpunt nodig – laat het lichaam je steunpunt zijn. Blijf bij het lichaam. Onderzoek het zorgvuldig en verdeel het in zijn onderdelen. Wanneer concentratie opkomt, ontstaat grote vreugde. Extreme vreugde bij het inademen BUD- en extreme vreugde bij het uitademen -DHO. Totale aandacht bij elke ademhaling. De Boeddha werd door deze ademobservatie verlicht.

Concentreer je op de haren op je hoofd. Zie hoe ze uit de hoofdhuid groeien. Bekijk lichaamshaar, nagels, tanden en huid. Het is niet nodig naar buiten te gaan – zie alleen lichaam en geest zoals de Boeddha het leerde.

Er is geen betere manier om de Boeddha respect te betonen dan zijn pad te volgen. Het is noodzakelijk geboorte, ouderdom en dood werkelijk te begrijpen. Lijden is niet slechts een woord – wij moeten het werkelijk doorzien. De enige weg uit begoocheling is de weg die de Boeddha uit mededogen heeft onderwezen. Alleen door meditatie kunnen jullie de absolute waarheid ervaren.

Alles in deze wereld is begoocheling. Namen zijn niet de werkelijkheid. Wij moeten de realiteit zelf zien.

Wij zijn hier samengekomen om te mediteren. Laat het denken los. Maak de geest rustig en vredig zodat je de ware aard van de dingen kunt zien.

De belangrijkste dingen zijn ons lichaam en onze geest, maar toch kijken wij steeds naar buiten. De Boeddha leerde naar binnen te gaan. Met gesloten ogen zie je net zo goed als met open ogen – je ziet lichaam en geest.

Denk altijd aan de Boeddha – zittend, staand, lopend of liggend. Wees zo aandachtig mogelijk. Zo ontstaat kennis. Zo zul je de leer van de Boeddha realiseren.

Onderzoek je lichaam grondig. Sinds je geboorte heb je het nooit werkelijk bekeken. Nu onderzoek je het om zijn ware aard te zien. Zo ontstaat wijsheid.

Er zijn verschillende soorten verlangen. De meeste leiden tot lijden. Het verlangen naar het einde van het lijden, het verlangen naar verlichting, is heilzaam verlangen.

Wanneer vermoeidheid of pijn opkomt, verander dan van houding. Laat de geest niet lijden. Het lichaam is als een klein kind – bij pijn huilt het, bij iets aangenaams lacht het.

Dhamma is in je lichaam en geest – als elektrische energie die licht doet ontstaan. Wanneer dit licht verschijnt, heb je concentratie. Met concentratie ontstaat wijsheid en kun je verdieping binnengaan. Wat je nooit wist, zul je weten; wat je nooit zag, zul je zien.

Meditatie is als een levensverzekering. Moraal is de basis, concentratie de meststof en wijsheid het middel dat de plant beschermt totdat de vruchten rijpen.

Ontwikkel moraal, concentratie en wijsheid gelijkmatig. Samen kunnen zij je naar het stadium van een edele leiden.

Zie het lichaam zoals het werkelijk is. Het is een huidzak met openingen. Wanneer je de realiteit ziet, ontstaat geen begeerte meer.

Voedsel is medicijn tegen honger – niets meer.

Jullie hebben oren om de Dhamma te horen en ogen om de waarheid te zien. Zonder Dhamma kunnen jullie niet werkelijk zien. Alles is vergankelijk. Zie zieken, ouderen en doden – zie zelf en weet zelf.

Wanneer wijsheid nog niet sterk is, werk eraan. Praktiseer zelf en ervaar zelf. Wanneer je stroomintrede bereikt, heb je meesterschap bereikt.