
De Boeddha verzaakte op zijn negenentwintigste jaar de wereld, op zijn vijfendertigste jaar verwierf hij de verheven verlichting, en hij predikte de Dhamma tot aan zijn dood op zijn tachtigste jaar. Omringd door zijn liefdevolle vriendelijkheid, mededogen en wijsheid, liep deze prachtige mens zo'n 2600 jaar geleden over de stoffige wegen van noordoost India en zette zich onvermoeibaar en onvoorwaardelijk in voor het geluk en het welzijn van alle voelende wezens.
Deze vier gebeurtenissen zijn de belangrijkste voor iedere boeddhist. De genoemde plaatsen zijn de meest belangrijkste bedevaartplaatsen.
Dit vers dat de Boeddha in zijn laatste uren gesproken heeft, zegt veel over de eigen verantwoordelijkheid voor het realiseren van bevrijding. Het is een van de vele kenmerken dat het boeddhisme van andere religies onderscheidt.
"Mijn leven zit erop.
De rest van de levensspanne is kort.
Ik ga heen van jullie;
ik heb van mezelf mijn eigen toevlucht gemaakt.
Wees onvermoeibaar, monniken, indachtig
en van zuivere discipline!
Bewaak jullie eigen geest
met krachtige vastberadenheid!
Hij, die onvermoeibaar de Dhamma en de Discipline naleeft,
zal voorbij de ronden van geboorten gaan
en een einde aan lijden maken."
De laatste woorden van de Boeddha waren:
"Welnu, monniken, ik spoor jullie aan:
alle samengestelde dingen hebben de aard van vergaan in zich!
Bewerkstellig vastbesloten door indachtigheid jullie eigen bevrijding[1]!"
In het Theravada Archief is de Maha Parinibbana Sutta (Het grote heengaan) beschikbaar waarin de laatste dagen van de Boeddha zijn verwoord. Zie D16.
Eindnoten
[1] Handa dani bhikkhave amantayami vo: Vayadhamma sankhara appamadena sampadetha. Zie wbk: appamada.
| Auteur: Peter van Loosbroek -- Ananda Copyright: www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm |