
Er waren volop zinnenstrelende genoegens in het paleis aanwezig: de muziek en het gezang dat de hallen van het paleis dag en nacht vulden; de schoonheid en het aangename gedrag van de dansende meisjes; de geur van verfijnde geurwerken; de fijnste zijde en de kostbaarste juwelen voor juwelierswerk en versiering; zeldzame lekkernijen en voedsel van de koninklijke tafel. En toch, terwijl hij dag in dag uit temidden van deze luxe leefde, bleef de prins onbewogen, het deed hem allemaal niets. Steeds in diepe gedachtevolle toestand, met afwezige blik in zijn mooie ogen, peinsde hij over de vergankelijke aard van de zogenaamde plezieren van het leven en haar twijfelachtige genoegens.
| Auteur: Peter van Loosbroek -- Ananda Copyright: www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm |